Alvermannetjes op de Afferdse hei


Het gebied ten oosten van het dorp, dat tegenwoordig ‘Bergerbos’ heet, was in het verleden één grote heidevlakte met stuifduinen en vennen. Pas tegen het einde van de 19e eeuw is de Afferdse hei – zoals het gebied toen heette – voor een groot deel met bomen beplant. Dat had twee voordelen: de boeren in de omgeving hadden niet meer zo’n last van stuifzand op hun akkers en het bos leverde veel hout op. Maar tijden en inzichten zijn veranderd. Staatsbosbeheer heeft enkele jaren geleden grote stukken bos gekapt, zodat er weer meer heide kan ontstaan.

Over de Afferdse hei bestaat een mooie oude sage. Een van de stuifduinen op de hei heet ‘de Hopberg’. Daar woonde vroeger een dwergenvolk met de naam ‘Alvermannetjes’, zo wil het verhaal. Hun koning heette Aart. Hij had een grijze baard en droeg een gouden kroontje. De inwoners van Afferden wisten van het bestaan van de dwergen, maar niemand had ze ooit gezien. Of toch wel? Boer Dries van de nabijgelegen ‘Heihof‘ vertelde graag dat hij ze wel eens had ontmoet. Op een zekere dag was hij op weg naar huis, na een bezoek aan een veemarkt waar hij een koe had verkocht. Het was al laat op de avond en hij was een beetje beschonken van alle brandewijntjes met suiker, die hij bij het beklinken van de verkoop tot zich had genomen. In het maanlicht zag hij plotseling aan de voet van de Hopberg een rijksdaalder liggen. Dries wilde het geldstukoprapen, maar hij struikelde en viel in een diepe put. Hij belandde op kussens in een grote zaal, die geen ramen had maar mooi verlicht was met kroonluchters. De ruimte was prachtig ingericht – als een paleis, vond Dries. Er dansten vrolijke mannetjes rond met kleurige puntmutsjes en lange witte baarden – de Alvermannetjes, wist Dries. In het midden zat koning Aart en naast hem zijn dochter, een schone jonkvrouw. De koning gebaarde Dries om naast hem te komen zitten en vroeg hem of hij met zijn dochter wilde trouwen. Dan zou Dries altijd van al het moois in de Hopberg kunnen genieten en later zelfs koning van de Alvermannetjes kunnen worden. Dries had daar wel oren naar, maar opeens realiseerde hij zich dat thuis zijn vrouw, zijn lieve kinderen en zijn vee op hem wachtten. Die zou hij dan nooit meer terugzien. “Nee, dat nooit” zei hij. Op hetzelfde moment dreunde de aarde, het paleis stortte in elkaar en de Alvermannetjes sloegen huilend op de vlucht. Dries kwam aan de voet van de Hopberg weer bij zijn positieven toen de zon al hoog aan de hemel stond. Hij keek om zich heen, maar de rijksdaalder en de put waren nergens te bekennen. Dries zou zijn bezoek aan de Alvermannetjes nooit meer vergeten…..