De Grieze Kel


Het is weer zo’n prachtige foto uit Het glazen album van Limburg.

Voor een houten huisje dat half in de grond steekt, zit een man koffie te malen. Hij lijkt wel een schildersmodel: lange grijze haren, snor, baard en met een schort voor. Zijn blik is afgewend. ‘Wellerlooi De kluizenaar’ lezen we op de envelop waarin het glasnegatief 75 jaar geleden is opgeborgen. Dit moet een foto zijn met een verhaal, een boeiend verhaal ongetwijfeld. Catharina Sanders-Thijssen (1928) herkende de man meteen toen ze zijn foto in de krant zag. De grieze oeëme werd hij door Catharina genoemd, de volwassenen van Wellerlooi hadden het over De grieze kèl, de grijze kerel voor wie het dialect niet verstaat. Bij de burgerlijke stand stond hij ingeschreven als Theophil Wagner. Catharina Sanders-Thijssen: “Precies zoals op de foto heb ik hem heel vaak zien zitten. Wij gingen vroeger met onze ouders bijna iedere zondag wandelen op De Hamert. Altijd gingen we dan op bezoek bij De grieze oeëme. Mijn ouders kregen een kopje koffie aangeboden. De bonen werden gemalen in een handmolen. Ik kwam door de week ook wel eens bij de kluizenaar. Mijn moeder was Poolse en mocht hem graag. Ze liet hem eten brengen. Een pannetje met wat warms of boterhammen. Ik was een meisje van een jaar of negen. Nu zou je een kind van die leeftijd natuurlijk niet alleen De Hamert opsturen, maar voor de oorlog was het gewoon.”

Nomen est omen - de naam is een teken, luidt het spreekwoord en dat lijkt heel in het bijzonder op te gaan voor Theophil Wagner. Theophil betekent zoveel als ‘de vriend van God’ en als door God uitverkoren en gestuurd probeerde de kluizenaar van De Hamert te leven: “Hij was heel godvruchtig. Hij bad vaak en had ook een soort kapel bij zijn huisje. Ik herinner me nog een keer dat De grieze oeëme bij ons thuis op bezoek was. Moeder mepte een vlieg dood. Hij was helemaal ontdaan en zei dat ze het niet had moeten doen, omdat een vlieg een schepsel van God is en de mens daarom niet het recht heeft een dier zo maar te doden. Hij was echt een hele bijzondere man die diepe indruk op me heeft gemaakt. Als we over de Rijksweg kwamen, zagen we hem in de verte op zijn land werken. Zijn verschijning alleen al, groot, statig en met die lange haren en baard. Zo zag niemand eruit. Ik was totaal niet bang voor hem. Hij noemde zichzelf een kindervriend en zo was hij ook. Hij sprak Duits, dus echt goed verstaan kon ik hem niet. Ik bracht hem graag te eten, want ik kreeg katjesdrop van hem. Hij had een mooie tuin aangelegd met bloemen en groente. In het begin van de oorlog is hij plotseling verdwenen. Met enkele vriendinnetjes gingen we naar zijn huisje. Er was een kelder bij. Toen we die in gingen, stonden we oog in oog met een totaal vreemde man. We schrokken enorm en zijn hard weggerend. Later gingen we nog eens kijken en vonden we in zijn huisje ansichtkaarten. Die namen we mee. We hadden ze op bed uitgespreid, maar toen mijn ouders ze zagen, moesten we ze terugbrengen.”

De plek waar Theophil Wagner woonde, werkte en bad werd na de oorlog een plaats van herinnering, een lieu de mémoire, voor Wellerlooi. Mensen gingen erheen om sfeer te proeven, de geschiedenis te voelen of om even alleen te zijn en de gedachten de vrije loop te laten. Ellie Rongen (1948) kwam er ook in het midden van de jaren vijftig: “Als kind gingen we vaak naar het plekje in het bos. Er was nog een ondergronds kapelletje met tegeltjes. Er stonden een vaasje en Mariabeeldjes. Het is het heuveltje met stenen rechts op de foto. In mijn jeugd lagen op De Hamert nog veel kribben en rollen prikkeldraad. Dat was van de oorlog. Mij is altijd verteld dat De grieze kèl in het begin van de oorlog is verdwenen.” De trek naar de plek van Theophil Wagner is in de loop van de jaren afgenomen, maar er zijn nog altijd mensen die er even heen gaan als ze in het natuurgebied De Hamert wandelen. Voor wie zelf wil gaan kijken: het is het pad bij kilometerpaal negentig aan de Rijksweg Zuid, net buiten Wellerlooi. Volgens een van de vele overleveringen had Wagner zijn terrein afgebakend met een bord dat waarschuwde: ‘Geen toegang, eenzaame mensch’.

Het leven van de kluizenaar van De Hamert is nog altijd met raadsels omgeven. Dat hij op de website van het programma Vermist van de Tros staat, was een grote verrassing. Blijkbaar heeft iemand de moeite genomen om informatie over De grieze kèl uit te zoeken en die te sturen naar de redactie van het televisieprogramma. We leren dat Wagner in 1931 op De Hamert kwam wonen en afkomstig was uit Zawada in de voormalige Kreis Rybnik in het zuiden van Polen (toen Pruisen), waar hij in 1874 werd geboren. Het stukje grond in Wellerlooi was door hem gekocht. Theophil trok met zijn kar op en neer naar Duisburg in Duitsland om zijn pensioen te halen dat hij had opgebouwd in de kolenmijnen in Hamborn, volgens Tros Vermist. De kar keert terug in alle verhalen. Er zijn zelfs foto’s van. Het was een lage kar met huif die hij achter zich aan trok bij zijn vele wandelingen in de omgeving. Hij liep schijnbaar doelloos rond, waarbij het leek of hij niemand zag of hoorde. Soms was hij weken weg en dan dook hij plotseling weer op. Catharina Sanders-Thijssen herinnert zich de kar ook: “Hij had die altijd bij zich. Volgens de mensen sliep hij erin tijdens zijn wandeltochten. In het begin van de oorlog was hij verdwenen. Heel plotseling. Er werd verteld dat hij nog gezien is in de tram Nijmegen-Venlo van de Maasbuurtspoorweg. Er werd ook gefluisterd dat Wagner een spion voor de Duitsers is geweest en dat hij daarom altijd langs de Maas liep. Maar ik heb nooit iemand gesproken die echt wist wat er met hem is gebeurd. De Duitsers gingen De Hamert gebruiken als oefenterrein. Misschien dat hij daarom moest verdwijnen.”